(–)
Op een Casio rekenmachine kun je een minteken ingeven
SHIFT (−) ⇧ −
of via de catalog als
CATALOG - OK
Voorbeeld 1
Bereken 5 × −2 = −10
SHIFT (−) 5 × ⇧ −
2 5×-2 -10
Voorbeeld 2
Bereken 2−1 = 0,5
SHIFT (−) 2 ⇧ −
1 2-1
Voorbeeld 3
Sla de waarde −123 in variabele A op
VARIABLE −
1 2 3
A=-123 B=0 C=0 D=0 E=0 F=0 x =0 y =0 z =0
Voorbeeld 4
Bereken cos⁻¹(−1) = π
SHIFT cos⁻¹ ⇧ cos −
1 cos⁻¹(-1 π
Voorbeeld 5
Bereken (−2)4 = 16
(
−
2 )
4 (-2)4 16
Als een berekening een negatief getal als argument heeft, moet dit negatieve getal tussen haakjes gezet worden.
Voorbeeld 6
Een minteken kan niet gebruikt worden om af te trekken
SHIFT (−) 2 ⇧ −
1 2-1l Wiskunde FOUT ⚠ Terug
Voorbeeld 7
Bereken 2 − - 1 = 3
SHIFT (−) 2 −
⇧ −
1 2− -1 3
Voorbeeld 8
Bereken 3 × 5 × 10−9 = 1,5 × 10−8
3 × 5 ×10■ − 9 3×5×10-9 1,5×10-8
